Archeologie van Coriovallum

 
Op de Peutingerkaart, een reiskaart uit de Romeinse tijd, staat de naam 'Coriovallum' vermeld. Pastoor Habets stelde in de 19e eeuw vast dat deze stad aan de weg van Keulen naar Tongeren onder het huidige Heerlen lag. Doordat in de 20e eeuw de mijnindustrie in Zuid-Oost Limburg een periode van bloei kende, werd overal volop gebouwd. Hierbij kwamen in het hele gebied resten van de Romeinse tijd aan het licht. Veel van het materiaal ging echter niet naar de LGOG-collectie of naar het Rijksmuseum voor Oudheidkunde in Leiden, maar bleef in Heerlen. Want al in 1877 had Heerlen besloten alle Romeinse vondsten te bewaren in de eigen stadscollectie. Voor het beheer hiervan was de heer Peters aangetrokken, die tot in de jaren 30 actief bleef.
 
Opgraving van het badhuis in 1941
 
In Heerlen groeide het besef dat Coriovallum een omvangrijke en welvarende stad was geweest, met onder andere vier grote grafvelden en zeer veel pottenbakkersovens. Pas in 1941 werd het grote openbare badhuis aan de huidige Coriovallumstraat ontdekt. Hiermee werd nog eens extra duidelijk hoe belangrijk de stad voor de regio was. Hoewel het midden in de oorlog was, werd het badhuis opgegraven, onder leiding van de arts Beckers. Na de oorlog werden de resten provisorisch afgedekt met stro en zilverzand. Helaas heeft het badhuis flinke schade opgelopen in de periode 1945-1975. Dit kwam bijvoorbeeld omdat kinderen uit de buurt de locatie gebruikten als speelplaats.
Pas dertig jaar later werd het huidige museum over het badhuis heen gebouwd. Hierdoor kon het beschermd worden tegen verder verval. Het badhuis van Heerlen is uniek voor Nederland omdat het zo goed bewaard is gebleven. De stad heeft daarmee de belangrijke taak dit bijzondere monument voor de toekomstige generaties veilig te stellen.
 

Informationen anfordern

Fragen?

Kontaktieren Sie uns:
Telefon +31 (0)45 560 5100
E-mail info@thermenmuseum.nl

Rufen Sie mich zurück:
Wenn Sie Ihre Nummer hier gebt,
rufen wir Sie zurück.